Welkom bij Akkoord'94.Onze plannen.Onze resultaten.Actueel.Wie doet wat?.Uw mening.Contact.Interessante websites.
Het zou logisch zijn als er een visie en ambitieniveau wordt gelegd, naast de in de nota genoemde resultaatvelden compensatieplicht. Aan de hand hiervan kan een uitvoeringsplan gemaakt worden. In deze kadernota wordt op geen enkele wijze aangegeven wat de uitgangspunten zijn bij het uitvoeringsplan. Bijvoorbeeld:
Ÿ
hoe gaan wij om met bijdragen naar draagkracht; verhouding collectief versus individueel?
Ÿ
hoe gaan wij communiceren met de burger en wanneer willen wij de mentaliteitsverandering gerealiseerd hebben?

Wat willen we?
Akkoord'94 is het uiteraard van harte eens met de omslag, die wordt gemaakt. Het is een groot goed, om de verantwoordelijkheid van het woon- en leefklimaat terug te leggen bij de burger. Maar er blijft altijd een categorie burgers, die het niet alleen redt en daarbij ondersteuning nodig heeft van de leefomgeving en dus ook van de Gemeente.
Hierbij zouden wij ons niet moeten laten leiden door geld, maar door het uitgangspunt wat willen we met elkaar.
Natuurlijk worden de benodigde gemeentelijke bezuinigingen ook ingegeven door bezuinigingen van het rijk. Daar hebben we geen directe invloed op, maar wat ontbreekt in de nota, is dat dit ook aanleiding kan zijn tot nieuwe ambities en kansen. Hierbij past de opmerking, die door de WMO-raad is gemaakt. Ik citeer: Wat willen we, wat kunnen we?
In deze nota missen we: wat willen we.

Wij zouden dus graag van het College willen weten: wat wil men precies.?
De begrippen kanteling, welzijn nieuwe stijl, de uitgangspunten in Vitaal Druten zijn helder en kunnen wij ook onderschrijven, maar wat is nu de visie en ambitie in hapklare brokken en niet geformuleerd in algemene termen.

Voor Akkoord’94 belangrijk
Voor Akkoord'94 is het van groot belang:
Ÿ
dat de resultaten van het nieuwe beleid worden gevolgd
Ÿ
dat de aandacht voor moeilijke en kwetsbare doelgroepen wordt bewaakt
Ÿ
hoe verloopt de samenhang tussen de verschillende beleidsvelden.
Hierover vinden wij  nauwelijks iets terug in dit beleidskader.

Verordening winkeltijden
Voor Akkoord'94 hoeft het niet. Wij waren en zijn nog steeds geen voorstander van de openstelling van supermarkten op zondag. Maar, het is niet anders. AH heeft als eerste enkele jaren geleden gebruik gemaakt van de  wettelijke mogelijkheid voor de openstelling van 1 supermarkt per 15.000 inwoners. Het College heeft op basis van deze wet het verzoek moeten honoreren. Met de mogelijkheid om t.z.t. te komen met een andere regeling.
Tot zover de feiten.
Daarna wordt het proces, ik noem het maar, rommelig en onoverzichtelijk.
Er meldden zich meer partijen, die ook gebruik willen maken van de mogelijkheid tot openstelling op zondag. Op basis van de op dat moment geldende verordening was het niet mogelijk. Het besluit van het College om te komen met een nieuwe verordening, zoals die nu voorligt, is dan ook logisch, maar in de tussenliggende tijd is er veel onvrede, onbegrip gekomen en zelfs juridische stappen zijn gezet.

Onze vraag aan het College is: op welke wijze is er in de periode van voorbereiding op de nieuwe verordening met betrokken partijen overlegd?Tijdens het RTG kregen we alleen maar te maken met insprekers, die zich te kort gedaan voelden, onbegrip toonden, boos waren enz.. Of dit al dan niet terecht was, weten wij op dit moment niet, maar we kunnen wel constateren, dat er sprake was en is van communicatiestoornissen.
Was het niet mogelijk om met de betrokken partijen een gezamenlijke oplossing te komen, met als inzet: wij gaan een nieuwe verordening maken en als jullie hier gezamenlijk uitkomen, dan nemen we dit mee en dan zijn we snel klaar?

Hoe anders is het gelopen. De uitspraak van de bezwarencommissie spreekt voor zich.
Hoe heeft het College kunnen besluiten om de overeenkomst al op te zeggen, voordat er een nieuwe verordening ligt?
De reactie van AH is dan ook logisch. Zonder nieuwe verordening is er geen enkele wettelijke basis om dit contract op te zeggen en op het moment van opzegging, was er geen nieuwe verordening. Het heeft alleen geleid tot boze reacties. Wettelijke procedures en kosten, waarvan volgens ons het eind nog niet in zicht is.

Het voortijdig, onwettig opzeggen van de overeenkomst met AH zien wij als onbehoorlijk bestuur. Er was geen enkele basis, nut of noodzaak om dit voorbarig besluit te nemen. Sterker nog, het heeft het proces om te komen tot een goede oplossing alleen maar onder
Raad 15 dec. 2011 vervolg2