Kernpunten

In Akkoord ’94  tref je mensen van verschillende politieke komaf, die elkaar hebben gevonden op een 10-tal belangrijke kernpunten:

  1. Vertrouwen moet je verdienen. 
  2. Politiek: van iedereen! 
  3. Onze zorg geldt het  ‘grote’ én het ‘kleine milieu’. 
  4. Voor iedereen gelijke rechten én plichten.
  5. Zorgvuldig omgaan met elkaar. 
  6. Geen uitspraak zonder inspraak. 
  7. Woonomgeving beïnvloedt het levensgeluk.
  8. Actieve opstelling mag van overheid worden verwacht . 
  9. Zorgvuldig keuzes maken. 
  10. Samenwerken waar mogelijk.

1. Vertrouwen moet je verdienen!

Vertrouwen is voor ons geen vanzelfsprekendheid, maar iets dat we moeten verdienen. Door fatsoenlijk handelen, door integriteit, door openheid en door te luisteren.

Praktische consequenties – enkele voorbeelden:

  • beloftes nakomen.
  • besluitvorming in de raad, niet in de wandelgangen.
  • aanbestedingen openbaar of met open begroting.
  • zeer zorgvuldig omspringen met belastinggeld.

Wij moeten er alles aan doen om iedereen, ook degenen die (nog) geen kiesrecht hebben, te laten weten en vooral ervaren: politiek is geen ‘ver-van-mijn-bed-show’! Politiek gaat ook mij aan!

2. Politiek: van iedereen!

Wij moeten er alles aan doen om iedereen, ook degenen die (nog) geen kiesrecht hebben, te laten weten en vooral ervaren: politiek is geen ‘ver-van-mijn-bed-show’! Politiek gaat ook mij aan!

Praktische consequenties – enkele voorbeelden:

stimuleren van betrokkenheid door opstelling en presentatie.

  • helder taalgebruik
  • begrijpelijke discussies, duidelijke stellingname, enz.
  • belangrijke en minder belangrijke agendapunten van de gemeenteraad met een zo groot mogelijke achterban-groep bespreken.
  • zo veel mogelijk actief opzoeken van mensen en groeperingen wiens zaak in de raad aan de orde komt.

3. Onze zorg geldt het ‘grote’ én het ‘kleine’ milieu!

Bij milieu denken ook wij aan de bodem-, water-, en luchtverontreiniging. En natuurlijk, de aanpak van problemen moet breed en op grote schaal gebeuren, nationaal én internationaal. Maar wij willen niet alleen aan de ‘grote milieu-problemen’ aandacht schenken, maar met evenveel nadruk aan de ‘kleine milieu-vervuiling’. Rotzooi op straat, in de plantsoenen en op de wegen. Dat vraagt om een aanpak op lager niveau. De gemeente, de wijk, de straat en thuis. Met z’n allen moeten we de wereld bewoonbaar houden

Praktische consequenties – enkele voorbeelden:

  • in principe geen bedrijfsterreinen meer in de uiterwaarden.
  • voldoende glas- en prullenbakken die regelmatig geleegd worden.
  • waar mogelijk autovrije dijken(niet voor aanwonenden).

4. Voor iedereen gelijke rechten én plichten!

Niet alle mensen zijn gelijk: de een heeft blond, de ander zwart haar; de een is muzikaal, de ander technisch begaafd; de een kan goed rekenen, de ander blijft er veel moeite mee houden. Ondanks deze verschillen kan en mag het nooit zo zijn, dat daardoor de een meer, de ander minder inspraak of rechten heeft. Ongeacht huidskleur, overtuiging of geslacht: in ons land heeft iedereen gelijke rechten én plichten. Ook dat beschouwen wij als een groot goed, dat bewaakt, gekoesterd en soms bevorderd moet worden. Zo kan door positieve discriminatie heel wat ongelijkheid, ontstaan door gebrek aan scholing of capaciteiten, worden weggewerkt. Wel moet hier heel voorzichtig mee worden omgegaan, om afhankelijkheid, nieuwe ongelijkheid en onbegrip te voorkomen. Ook mag dit niet afleiden van de plichten die elk van ons heeft t.o.v. elkaar of van het overnemen van ieders individuele verantwoordelijkheid – willen we ieder tenminste serieus nemen. Iedereen moet zijn eigen verantwoordelijkheid (kunnen) nemen!

Praktische consequenties – enkele voorbeelden:

scholing in de Nederlandse taal en maatschappij voor alle allochtone nieuwkomers.
tegengaan van het stellen van niet-reële scholingseisen.
bij vacatures iedereen een eerlijke kans geven om te solliciteren

5. Zorgvuldig omgaan met elkaar!

Zorgvuldig omgaan met elkaar – dat is een belangrijk scharnierpunt in een goede samenleving. Dit zorgvuldig omgaan blijkt niet alleen uit de wijze waarop personen met elkaar, maar evenzeer met elkaars geestelijk en materieel goed omgaan, zowel op het individuele als op het collectieve vlak. Bovendien blijkt het uit het respect waarmee we met de bestaande natuurlijke, culturele en sociale omgeving omgaan. Zo zullen gekozen en benoemde bestuurders zich bij voortduring bewust moeten zijn, dat zij de aan hun zorg en verantwoordelijkheid toevertrouwde zaken als ‘een goed rentmeester’ dienen te beheren, ‘als ware het van henzelf’. Zo ook, dient ieder van ons zorgvuldig om te gaan met ons gemeenschappelijk en individueel bezit.

Praktische consequenties – enkele voorbeelden:

  • zorgvuldige subsidiëring: alleen daar en alleen in zoverre noodzakelijk.
  • efficiënte bedrijfsvoering in het gemeentelijke apparaat.
  • ‘lik-op-stuk-beleid’, maar niet zonder preventie.
  • belastinggeld in openbaarheid zo optimaal mogelijk besteden.
  • géén ‘riante’ onkosten-vergoedingen, uitstapjes e.d.” voor bestuurders of medewerkers.

6. Geen uitspraak zonder inspraak!

Democratie wil niet zeggen dat iedereen altijd en over alles mee moet praten. Wel moet mensen de mogelijkheid worden geboden om mee te kunnen praten over belangrijke ontwikkelingen in de gemeente en minder belangrijke ontwikkelingen in de directe omgeving. Bij inspraak heeft de gemeente als taak de kwaliteit van de argumenten zorgvuldig te wegen. Ook moeten individuele belangen die in strijd zijn met andere belangen nauwgezet in beschouwing worden genomen. ‘De meeste stemmen gelden’ is dan ook geen gouden regel in een inspraakproces, de kwaliteit van argumenten en het raken van individuele belangen zijn daar minstens gelijkwaardig aan.

Praktische consequenties – enkele voorbeelden:

  • Inspraak bij bestemmingsplannen voor ieder mogelijk maken, zeker voor hen die er direct bij betrokken zijn.
  • Bij belangrijke ontwikkelingen in onze gemeente ook inspraak organiseren als dat wettelijk niet vereist is.
  • Wijkbeheer en wijkinrichting waar mogelijk vorm laten krijgen in overleg met de betreffende wijkbewoners; daartoe leefbaarheidsgroepen stimuleren

7. Woonomgeving beïnvloedt levensgeluk.

De meeste tijd van het menselijk bestaan wordt doorgebracht in de bebouwde omgeving. Deze omgevingsfactor is in het leven van mensen dan ook heel belangrijk. Architectonische kwaliteit kan de levenssfeer van mensen sterk beïnvloeden. Goede en eigentijdse architectuur is binnen het proces van nieuwbouw een spil om deze kwaliteit van het bestaan inhoud te geven. Ook het in stand houden van oude, waardevolle architectuur – veelal aan te treffen in de vorm van rijks- en gemeentelijke monumenten – helpt hieraan mee. Niet alleen de eigenaren maar ook de gemeenschap heeft een verantwoordelijkheid om deze oude bouwkunst mee in stand te houden. Zij vormen immers de wortels van een belangrijk deel van onze beschaving en verduidelijken het verleden.

Behalve de architectuur geven ook andere culturele uitingen inhoud aan de kwaliteit van het leven. Zo vinden wij het van belang om bij cultuur evenzeer te denken aan zaken als beeldhouw- en schilderkunst, film en theater, muziek en literatuur en dan niet alleen om te ‘consumeren’ maar zeer zeker ook om zelf actief vorm te geven, niet alleen voor enkele zgn. ‘cultuurminnaars’ maar voor iedereen.

Van minstens zo veel invloed op de levenssfeer van mensen is de inrichting van de straat en buurt: de groenvoorziening, de speelgelegenheid, de veiligheid, de rust, de netheid. Naarmate deze meer aansluiten bij de wensen en verwachtingen van de bewoners, zal het welbevinden verder worden versterkt. Vandaar dat de invloed van de bewoners op de inrichting van de eigen woonomgeving van zeer grote betekenis is, zowel wat betreft de eigen en buurtverantwoordelijkheid als wat betreft de inspraak bij (her-)inrichting.

Praktische consequenties – enkele voorbeelden:

  • In stand houden van oude bouwkunst niet alleen een verantwoordelijkheid van de eigenaren, maar ook van de gemeenschap.
  • Monumentensubsidie alleen voor ondersteuning eigenaren, niet als bron van inkomsten bij een aankoop.
  • Bij nieuwbouw voorrang geven aan projecten met hoge architectonische kwaliteit, zeker op “strategische” plekken.
  • Bouwen hand-in-hand laten gaan met de inrichting van de omgeving: niet alleen kijken naar het object, maar ook naar de omgeving.
  • Stimuleren van het culturele leven in brede zin, voor iedereen.
  • Wijken, buurten en straten gedegen onderhouden.
  • De betrokkenheid van de bewoners op het onderhoud en het schoonhouden van hun woonomgeving blíjven stimuleren

8. Actieve opstelling mag van overheid worden verwacht!

Besturen is niet afwachten tot zaken op je afkomen, het vraagt juist een actieve houding, een open oog en oor voor dingen die in de samenleving gebeuren. Juist een gemeentebestuur moet vroegtijdig betrokken raken bij processen die in de samenleving spelen en moet voorzichtig zijn met uitspraken dat bepaalde taken geen overheidstaken zijn. De maakbaarheid van de samenleving is weliswaar aan beperkingen onderhevig, maar dat kan lang niet altijd een terughoudende overheid rechtvaardigen. In de samenleving zijn veel mensen zonder de hulp van de overheid kansarm, verkeren in knelsituaties, enz. Een actieve overheid is dan juist heel erg gewenst en zelfs noodzakelijk, zonder daarbij de waarde van initiatieven uit de samenleving te ontkennen of te frustreren.

Praktische consequenties – enkele voorbeelden:

  • Een actieve houding aannemen, niet voortdurend wachten op anderen, op het ‘particuliere initiatief’.
  • Realiseren van speelruimte voor kinderen, onderhoud van stoepen en wegen, naleven van milieuwetgeving, enz., zonder dat daarvoor eerst ‘actie’ moet worden gevoerd.
  • Inspraak en betrokkenheid actief stimuleren door mensen daartoe nadrukkelijk uit te nodigen en evt. op te zoeken.
  • Extra aandacht voor individuen en groepen, waarbij sprake is van maatschappelijke achterstand

9. Zorgvuldig keuzes maken.

Zoals in het leven van ieder van ons keuzes gemaakt moeten worden, zo moet dat ook gebeuren bij het besturen van de gemeente. Daarbij en zeker in een tijd dat we minder financiële armslag hebben, zal bijv. altijd moeten worden afgewogen wat wel en wat niet wordt aangepakt, wat wel en wat niet wordt verminderd of gestopt. Bij het maken van (ook) deze keuzes moeten wij altijd zeer zorgvuldig te werk gaan, hetgeen m.n. betekent dat alle voor’s en tegen’s tegenover elkaar worden gezet voordat er een keuze wordt gemaakt, gebaseerd op rechtvaardigheid, doelmatigheid en natuurlijk onze andere kernpunten. We realiseren ons immers terdege dat het zelfs in een optimale democratie niet mogelijk is het iedereen ‘naar de zin’ te maken: bij elke keuze die we maken stellen we mensen teleur of nog erger soms: doen we mensen pijn. Keuzes maken, knopen doorhakken – je ontkomt er niet aan, maar het moet wel altijd gebeuren na een zorgvuldige, voor allen heldere afweging.Ook vanuit een andere optiek realiseren wij ons het belang van het kiezen: juist deze tijd van noodzakelijke bezuinigingen is een goede aanleiding om ons te bezinnen over de wijze waarop we onze gemeenschapsgelden besteden. Zo kan door een evt. herschikking van middelen wel degelijk middelen beschikbaar komen voor nieuwe zaken. Nieuw beleid vraagt niet per definitie, bij voorkeur zelfs niet om meer geld. Bij een creatief en kritisch beleid is o.i. heel wat mogelijk – kiezen is dan wel geboden!

Praktische consequenties – enkele voorbeelden:

  • Herbezinning over de inzet en evnt. herschikking van de middelen voor het onderwijs- en welzijnsbeleid.
  • Indien een saneringsbegroting echt onvermijdelijk is, dan weloverwogen en rechtvaardige keuzes maken en deze openbaar helder verduidelijken, waarbij de mensen met de minste kansen worden ontzien.

10. Samenwerken waar mogelijk.

Vanuit het idee ‘Twee kunnen meer dan één’ wordt er maar al te gauw van uitgegaan, dat samenwerken altíjd winst oplevert, hetgeen soms zeker niet het geval is. Vandaar dat het samenwerken tussen allerlei groeperingen en besturen binnen de gemeente en tussen met name onze gemeente en de gemeente West Maas en Waal gestimuleerd moet worden als het een meerwaarde/winst oplevert en niet leidt tot een (nieuwe) centralisatie, waarbinnen wij niet of nauwelijks invloed kunnen uitoefenen en dat mogelijk tot meer vervreemding leidt. Het aangaan en stimuleren van samenwerking moet dus altijd kritisch worden bezien, ook vanuit het oogpunt van bestuurlijke nabijheid: samenwerking in eerste instantie binnen eigen gemeente, vervolgens binnen de streek en de regio.

In dit verband is het goed om op te merken, dat we ons altijd heel goed moeten realiseren dat heel veel niet de zaak van de gemeente is of waarop de gemeente effectief invloed kan doen gelden. Deze constatering mag echter op geen enkele manier tot een bij-de-pakken-neerzitten of het wijzen naar andere (‘hogere’) organen. Geen ‘luchtfietserij’, maar realistische en toch door idealen geleide politiek. Geen afwenden van kleine alledaagse probleempjes, maar oog voor alles en iedereen waar je als gemeente voor staat (moet staan).

Praktische consequenties – enkele voorbeelden:

  • Bescheidenheid in ons verkiezingsprogramma: niet de suggestie wekken zaken te kunnen verbeteren of aanpakken die niet reëel zijn.
  • Functioneel en collegiaal samenwerken met gemeente West Maas en Waal op zowel bestuurlijk als ambtelijk gebied.
  • Niet alleen oog en oor hebben voor de “grote lijnen”, maar ook voor “alledaagse zaken” die oplossing behoeven.
  • Bij het evt. aangaan van samenwerking die met grootschaligheid gepaard gaat, je altijd afvragen: welke consequenties heeft deze samenwerking voor de burger?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>